<![CDATA[Suzette Boyer - Anecdootjes]]>Fri, 05 Feb 2016 14:10:26 -0800Weebly<![CDATA[anecdootjes]]>Wed, 07 Aug 2013 20:32:41 GMThttp://www.suzetteboyer.nl/anecdootjes/anecdootjes2
St Christoffel.

Mijn grootvader had in de jaren zestig een donkerrode Ford Taunus met een rood stuur en een versnellingspook in de vorm van een handle naast dat rode stuur. De wagen had ook van die driehoekraampjes met grappige zilverkleurige handletjes die je, los van het draairaam, open kon
zetten en bovendien een voor- èn een achterbank waarvan de laatste voorzien was van een rood geruite plaid met franje en twee kussens om op lekker te kunnen liggen tijdens lange autoritten.
Wat ik echter het interessantst vond was de St Christoffelpenning die in de vorm van een ronde magneet tegen het dashboard geplakt zat. Op de penning was een oude man in een jurk ( daar leek het in mijn vijfjarige ogen tenminste op) te zien, leunend op een enorme stok die een klein kindje op zijn schouder droeg. Van mijn oma wist ik dat kindje Jezus was die hij over de rivier droeg en ook dat St Christoffel de schutspatroon was van reizigers onder andere. (Dit legde ze me natuurlijk in iets simpelere bewoordingen uit, aangezien er aan mijn kleuterwoordenschat een grens zat. Als Meneer de Uil bijvoorbeeld zong van: want dieren zijn precies als mensen, met dezelfde mensenwensen en dezelfde mensenstreken... dacht ik bij het woord 'streken' altijd aan een strijkbout en strijkplank)

Later verhuisde de penning mee naar de kanariegele Ford Escort die mijn opa in 1974 kocht en die dan wel de modernste nieuwigheid van veiligheidsgordels had, maar daar was, naar mijn bescheiden mening, qua voordelen alles mee gezegd. Deze wagen had niet eens een voorbank waar ik lekker knusjes tussen mijn grootouders in kon zitten en ook nog eens twee deuren minder. Maar de St Christoffelpenning zat als vanouds tegen het dashboard geplakt en dat was een hele troost.

Laatst, na onze meest recente Disney dag, besloot manlief om op de terugweg langs Amiens te rijden, dat toch op de route lag, omdat daar een kolossale kathedraal staat uit de dertiende eeuw die hij graag van dichtbij wilde bekijken. Daar aangekomen liepen dochterlief en ik samen door het inderdaad reusachtige bouwwerk terwijl manlief alle hoekjes en gaatjes op de gevoelige plaat zette. We kwamen langs een sierlijk hek waarachter zich een vrij grote nis bevond. Aan de muur hing een enorm schilderij van een oude man,
geleund op een stok die een kind op zijn schouder draagt.  
' Kijk... ' wees ik de dochter, die, niet erg geïnteresseerd in dit soort oude mensen bezienswaardigheden, plichtmatig met me mee wandelde, '… dat is eh... ' (en ik kon zo een-twee- drie niet op zijn naam
komen) ...de schutspatroon van reizigers. Mijn opa had er vroeger een penning van in zijn auto hangen. Hoe heette hij nou...? '  
Ik zocht naarstig de hoeken van mijn jeugdherinneringen af, maar geen naam dook op, tot ik de dochter tot mijn stomme verbazing hoorde zeggen: ' St Christophe. ' 
Verrast keek ik haar aan, klaar om mezelf te feliciteren met het feit dat er toch nog wel iets was blijven hangen van alle dingen die ik haar in de loop van haar leven verteld had en waarvan dit er blijkbaar één was geweest. En dat niet alleen, blijkbaar paste ze haar herinnering onmiddellijk aan aan het land waar we op dat moment waren en noemde in plaats van de Hollandse, de Franse naam nota bene! Mijn hemel, dit kind van mij was briljant!
' Wat goed van jou! ' riep ik nog net niet uit, want in een kathedraal zo groot als deze is dat met al die galm niet zonder risico.  
' En dat je dat onthouden hebt! ' wilde ik er nog aan toevoegen, maar ze hielp me wreed uit de droom. 
' Het staat daar. ' zei ze wijzend op het bordje dat onder het schilderij hing en waar in grote letters inderdaad
' St Christophe ' stond.
Daarna slenterde ze schouderophalend verder, mij met open mond achterlatend...


 


]]>
<![CDATA[anecdootjes]]>Wed, 31 Jul 2013 10:33:16 GMThttp://www.suzetteboyer.nl/anecdootjes/anecdootjes1bijna...
Werd ik er toch net op het nippertje van weerhouden om naast mijn schoenen te gaan lopen. En pfoe... 't scheelde maar een haartje. 
Wij waren voor een feestelijke gelegenheid in een theetuin gevuld met andere onbekende feestgangers en wat doet men in zo'n geval? Men gaat ' socializen' Zo ook wij. 

En zo kwam het dat wij onder het genot van een enorm glas heuse muntthee en een giga punt mierzoete maar o zo lekkere taart aan de praat raakten met een onbekende dame die allerlei leuks ( gelukkig maar) en
nieuws ( ja logisch ) te melden had.  Nu hadden wij ( leuk als we zelf zijn ) dat natuurlijk ook en al snel lachten en babbelden we ons een uur verder. 

Ineens kwam de kindervraag. Heb jij... Nee ze had niet. Maar hadden wij? Jawel twee stuks meldde ik trots, (want als het over mijn broedsel gaat overvalt mij een trots waar ik volledig in verstrikt raak) een
jongen van zesentwintig en een meid van twintig.
Waarop onze tafeldame de wenkbrauwen verbaasd ophaalde en zei: ' Dan ben je zeker wel erg jong aan
kinderen begonnen want... ' 
En ik, die quasi nonchalant een compliment dacht binnen te kunnen hengelen antwoordde: Nou... ik word eind deze maand achtenveertig. '
Tafeldame schudde ongelovig het hoofd en zei: ' O dat had ik niet gedacht. '
In gedachten gaf ik mezelf een high five: compliment op m'n sokken binnen gehengeld, totdat ze eraan toevoegde: ' Ik dacht dat je zesenveertig was. '
Zoals ik al zei: het scheelde maar een haartje...


 ...

]]>
<![CDATA[anecdootjes]]>Wed, 31 Jul 2013 08:37:24 GMThttp://www.suzetteboyer.nl/anecdootjes/anecdootjesgeneuzel...
Ik sta met iemand te praten en ontdek iets op haar lip. Even ben ik in dubio: is dit iets wat zij er welbewust op heeft gedaan: een kloddertje koortslipdodende crème wellicht of gewoon anti schrale lippenbalsem in een opvallende kleur? Of is het een vergeten etensrestje of erger?
Ik gok op het laatste en zeg: ' Er zit iets op je lip. ' Waarop zij meteen enigszins gegeneerd en tegelijkertijd rigoureuzer dan nodig haar mond begint te bewerken met twee handen, alsof ze zojuist gekust is door een kameel en onderwijl wat giechelig roept: ' Is het al weg? '
Ja het is weg en opgelucht lacht ze me toe waaruit te concluderen valt dat het kloddertje hier een
' perongelukje ' bleek, zoals mijn kroost het vroeger noemde. Een onschuldig perongelukje, dat wel.

Een iets ernstiger ' perongelukje ' is het snotje dat uit een niets vermoedende neus hangt of dat sliertje spinazie dat zich sierlijk tussen de voortanden heeft gevlochten. Veel mensen durven er niets van te zeggen, doen net of er niets aan de hand is en laten het slachtoffer rustig door babbelen en lachen. En dat terwijl het bijna niet mogelijk is om nog ergens anders naar te kijken dan naar dat ene kleine groene bulletje of dat onsmakelijke sliertje dat straks, als de eigenaar van de neus een onschuldige blik in de spiegel werpt, het schaamrood naar zijn of haar wangen zal jagen. Wetende dat vanaf nu iedereen zich hem of haar zal herinneren als ' de bulletjes neus. ' En hoewel we allemaal wel eens een dergelijke gênante situatie hebben meegemaakt, blijft er iets van durven zeggen tegen de ander toch een ( te) hoge drempel. Zenuwslopend dus voor de bulletjesneus.

Neem bijvoorbeeld de mensen die tijdens een gesprek de neiging hebben om constant over hun eigen neus wrijven. Hier kan de bulletjesneus knap nerveus van worden. Want de vraag is: wat wordt er bedoeld met die neus wrijverij? Heeft de gesprekspartner A: gewoon jeuk? B: last van een dwangneurose. Of is het C: een stille hint ...?
Uitgaande van het laatste zal de bulletjesneus sterk de behoefte krijgen om de eigen neus aan een wrijfritueel te onderwerpen, waardoor het geheel er voor een buitenstaander waarschijnlijk een beetje vreemd uit gaat zien. Twee neus wrijvende idioten tegenover elkaar. Hmm... laten we voor de zekerheid maar afstand houden. Of preventief 112 bellen. Om dit soort situaties te voorkomen is het dus eigenlijk het beste om de ander gewoon te wijzen op het bulletje, het sliertje of het kloddertje. Gewoon subtiel en zonder ophef.

Of zoals mijn oma ooit tegen iemand zei die onder haar zakdoek had doorgesnoten en zodoende een groenig
plakkaat op borsthoogte op de jurk had zitten: ' Zeg, wat een leuke broche heb je op.  '






]]>
<![CDATA[anecdootjes]]>Wed, 24 Jul 2013 18:08:16 GMThttp://www.suzetteboyer.nl/anecdootjes/genantgênant...
We reden met de trein van A naar B, dochterlief en ik en zij was nog in de leeftijd van: door het gangpad hollen, ik wil bij het raam, railrunners en tasjes vol knutselspullen mee. Aangezien ik dientengevolge ook
een jaar vijftien jonger was konden we samen doorgaan voor die hippe jonge moeder, die er nog best mocht zijn en haar schattige dochtertje met als enig minpuntje een stem als een trompet.

Aan de andere kant van het gangpad zaten drie zeer smakelijk uitziende militairen, waarbij vooral de uniformen en dito petten, in mijn ogen extra punten scoorden.
Dochterlief zat met haar kleine neus tegen het raam geplakt en riep dat ze koeien zag, molens, schapen, een
kerktoren en ik probeerde zowel geïnteresseerd als bevallig met haar mee te kijken, je wist immers maar nooit of het drietal aan de andere kant van het gangpad net mijn kant opkeek ( ik had zelfs het idee dat ze dat al een paar keer gedaan hadden, jawel) en het uitzicht moest toch wel goed zijn vond ik. 

Na een tijdje was het naar buiten kijken gedaan en ging ze op mijn schoot zitten. Ze keek me aan met twinkelende oogjes. Ineens legde ze haar kleine handjes tegen mijn wangen en bracht haar gezichtje nog dichter naar het mijne, zo dicht zelfs dat ze aan het loensen sloeg. Dit schattige plaatje moest er
voor een buitenstaander (en dan met name het drietal aan de andere kant) toch wel heel vertederend uitzien, bedacht ik mij en het enige dat nu nog ontbrak was iets in de trant van: mama jij bent de allerliefste.
En ja hoor, het leek wel of ze het aanvoelde want plotseling lachte ze me stralend toe en zei: 'Mama... '
Ik knikte haar bemoedigend toe. ' Ja? '
Waarop haar trompetstem door de coupé schalde: ' Je hebt een snor! '

.
]]>