<![CDATA[Suzette Boyer - memories]]>Thu, 04 Feb 2016 16:40:00 -0800Weebly<![CDATA[herinneringen aan don't let go]]>Tue, 22 Jul 2014 08:55:51 GMThttp://www.suzetteboyer.nl/memories/herinneringen-aan-dont-let-go 'Gefeliciteerd, u hebt de eerste prijs gewonnen, met uw slagzin!' lees ik als ik de enorme envelop die zojuist op de mat is gevallen, open scheur. Het is begin 1997. Ik moet even nadenken, want ik doe wel vaker aan wedstrijden mee als er slagzinnen te bedenken zijn. Zo heb ik al eens een blokje goud gewonnen met een slagzin voor BonbonBloc, waarmee ik een medewerker van een bank met een goudkluis vol 'broodjes' goud in een schater deed schieten, op mijn vraag of hij kon nagaan hoeveel mijn blokje waard was.

In dit geval blijkt het een wedstrijd van Videoland te zijn en heb ik schijnbaar het leukste antwoord gegeven op de vraag: 'hoe ver zou je gaan om bij de Kerstman je zin te krijgen?' De prijs? Een negen daagse reis naar New York voor twee personen, inclusief verblijf in het Lexington Hotel in hartje Manhattan, een bustour door de stad, een rondvaart, een helikoptertocht, een Broadway Show naar keuze, en een dineetje in het een restaurant in het Rockefeller Center. Wauw!!

Midden april arriveren manlief en ik in The Big Apple, vast van plan om ons volledig onder te dompelen in the city that never sleeps. We laten ons met de helikopter langs het Vrijheidsbeeld vliegen, varen over de brede Hudsonrivier met uitzicht op de indrukwekkende skyline, rijden met een tourbus door de drukke straten en kijken onze ogen uit. We bezoeken the Empire State Building, the Chrysler Building, zoeven met een razendsnelle lift naar de top van het WTC en kijken vanaf het Observation Deck met verbazing tot bijna de rand van de aardbol. We bezoeken de Broadway Show Miss Saigon en zijn getuige van een Hallelujah praise The Lord kerkdienst in Harlem, We wandelen het kilometerslange Broadway van het begin tot het einde af, iets waarmee we bijna een dag zoet zijn en kijken onze ogen uit naar de enorme gebouwen, de vele winkels, de overdaad aan neon, de onafzienbare stroom van toeterende yellow cabs. We laveren langs de vele handkarretjes met hotdogs, donuts, pretzels en frisdrank.
Aan een echte New Yorkse agent op een van de straathoeken vroeg ik of ik een foto van hem mocht maken. 'CanI take a shot of you? Hij keek me een moment aan en vroeg toen: 'You wanna shoot me?' waarop ik mijn allereerste opvlieger kreeg van de giebelzenuwen.
Uit een van de winkels klinkt 'Don't let Go' van En Vogue. Een nummer dat vanaf dat moment gelijk staat aan deze onvergetelijke New York ervaring.





]]>
<![CDATA[herinneringen aan rappers delight]]>Sat, 19 Jul 2014 08:22:13 GMThttp://www.suzetteboyer.nl/memories/herinneringen-aan-rappers-delightEr is een vrouw doodgeschoten op de Beukelsdijk en in onze buurt zoemt het van verontwaardiging en wraaklust. Het is 1979 en Rappers Delight van The Sugar Hill Gang staat hoog in de hitparade.
Die avond ontmoeten we elkaar op de stenen trappen van de oude kleuterschool in de straat. 'We' dat zijn mijn vriendin en ik en een groep opgeschoten jongens variërend van veertien tot zeventien jaar van Surinaamse en Nederlandse afkomst die zich The Riffs noemen en voor wie je op moet passen. Tenminste,dat hopen ze toch. Ze willen graag bekend staan in de buurt als 'harde jongens' en als ze niet genoeg indruk maken, slaan ze iemand uit een andere buurt lukraak in elkaar. Want ze hebben een reputatie hoog te houden. Welke, dat is me niet duidelijk en henzelf waarschijnlijk ook niet, maar dat doet er niet toe. Zij voelen zich heel wat en dat is wat telt.
Vanavond is de moord op de vrouw, hier om de hoek nota bene, een hot item. De een weet te vertellen dat ze gillend over de Beukelsdijk rende om aan haar belager, een ex-man, te ontkomen. De ander, dat ze in paniek een winkel in vluchtte om zich te verstoppen. We zijn verbijsterd als blijkt dat de gewelddadige ex haar in die winkel ter plekke dood schoot. De jongens bedenken hardop wat ze allemaal met de dader zouden doen als hij hier voor hen stond, maar ja... die zit op het politiebureau. Wat wel voor handen blijkt te zijn, zo ontdekt een van de jongens, is de auto van de moordenaar die zelfs aan de overkant van het portiek waar wij bij elkaar staan, geparkeerd is. Een van de jongens pakt een steentje van de grond. 'Wedje legge dat ik die koplamp raak?' Hij voegt meteen de daad bij het woord en raakt het glas van de linker koplamp vol. Een van de anderen heeft nu ook een keitje gevonden en mikt op de rechter koplamp die binnen de kortste keren aan diggelen is. Even later regent het stenen op de auto en nog even later nemen de jongens een aanloop en springen op de motorkap om al stampend via het dak weer naar beneden te springen. Ze vuren elkaar lachend aan. Dan slaat de kerkklok één keer. Half negen, ik moet naar binnen, helaas. Onwillig loop ik naar huis, mokkend dat ik 'alles altijd mis.'
Niet veel later gaat de bel. Mijn vriendin staat voor de deur en wijst geagiteerd over haar schouder. 'Moet je kijken!' roept ze. In de avondlucht boven de huizen is een oranje achtige gloed te zien. 'Ze hebben die auto in de fik gestoken!'
Met grote ogen en een brede lach op ons gezicht kijken we toe. Boontje komt om zijn loontje. Zo gaat dat in die buurt.

]]>
<![CDATA[herinneringen aan africa]]>Tue, 15 Jul 2014 08:55:39 GMThttp://www.suzetteboyer.nl/memories/herinneringen-aan-africaHoewel de nu al stralend blauwe lucht en de opkomende zon een warme dag beloven, hangt op dit moment de koelte van de ochtend nog over de velden, waar ik langs fiets,onderweg naar het meeting point waar elke ochtend het busje klaar staat dat mij, tezamen met een groepje vrouwen naar de wasserij zal brengen waar ik, in het kader van de zomervakantie een paar weken mee draai.
Het is 1982. Mijn wereld bestaat goeddeels uit school, vriendinnen, Hilversum Drie en onbereikbare jongens.
De vrouwen in het busje kennen elkaar, voor hen is dit geen vakantiewerk, maar dagelijkse routine. Zij begroeten elkaar als vriendinnen en delen naast gezamenlijke ervaringen de meegebrachte perziken, pakjes halfzware shag en rolletjes pepermunt met elkaar. Ik ben een buitenstaander, een momentopname, iets waar je geen tijd en energie in hoeft te steken. Ik vind het niet erg. Zo kan ik rustig wakker worden en ik naar buiten kijken, waar de zon verder omhoog klimt en lange ochtendschaduwen maakt van de bomen langs de weg.
Op mijn eerste werkdag werd ik naar de vouwtafel verwezen om aldaar onderbroeken te vouwen: de zijkanten naar binnen, het kruis eroverheen gevouwen en opstapelen maar. Niet echt rocket science, maar toch keek ik met enige afgunst naar de vrouw naast mij die, in tegenstelling tot mijn links en rechts uitpuilende stapeltjes, in staat bleek om kaarsrechte stapels te fabriceren. Op mijn vraag hoe lang ze hier al werkte, antwoordde ze: 'zes jaar.'
Zes jaar! Mijn afgunst smolt als sneeuw voor de zon.
Na zo'n twintig minuten bereikt het busje de enorme wasserij. We stappen uit. De vrouwen roken, tegen het busje geleund, nog een laatste sigaretje. Binnen, in de grote ruimte met al zijn machines, is er een moment lang, alleen schemering en stilte. Dan knipperen te lichten aan en beginnen de eerste machines te draaien. Traag als slaperige dieren die zich uitgebreid gapend uitrekken.
De radio, die hier de hele dag aan staat, zal steeds meer moeite krijgen om boven het geluid van de machines uit te komen. Ik loop achter de vrouwen aan naar mijn werkplek, bij de vouwtafel.
De bel gaat. Op de radio de begintonen van het nummer Africa van Toto te horen.
Ik kijk op de klok. Het is half acht.
]]>
<![CDATA[herinneringen aan raindrops]]>Tue, 15 Jul 2014 08:34:26 GMThttp://www.suzetteboyer.nl/memories/herinneringen-aan-raindropsZomer 1976. De zon verwarmt de straatklinkers en weerkaatst 'ogen samen knijpend fel' in de ramen van de vooroorlogse huizen in deze straat. De verf van de houten raamkozijnen ruikt op een prettig muffe manier naar warmte en de donkergroen gelakte voordeuren zijn te heet om tegen aan te leunen.
Op zulke dagen wordt in deze straat alles naar buiten gesleept. Vogelkooien met kleurrijke vogels worden uit donkere huiskamers gehaald en door de even kleurrijke eigenaars, slechts gekleed in korte broek en onderhemd en vaak met de afrokam nonchalant in het kroeshaar gestoken, op het dak van hun aftandse auto's geplaatst, waarna de wagen uitgebreid in het sop wordt gezet. Uit verschillende transistor radiootjes klinkt blikkerige muziek.
In de op de stoep geplaatste opblaasbadjes die vanuit bovenramen via een tuinslang zijn gevuld, wordt lachend en gillend gespetterd door kleine kinderen waar het in deze straat van wemelt, terwijl moeders in alle maten en kleuren, met de ellebogen op een kussen geleund uit het raam hangend of al breiend aan het zoveelste vest, in deur openingen staand zich luidkeels in het Turks, het Portugees, met een Surinaams accent of gewoon in plat Rotterdams bemoeien met alles wat er binnen hun scherpe blikveld gebeurt. Mijn moeder en ik spelen geregeld badminton op zulke dagen, gewoon midden op straat,
Voor een buitenstaander is dit een buurt waar je beter niet kunt komen, een achterbuurt, waar opgeschoten jongens met hun brommertjes en hun helmen met daaraan een vossenstaart op hoeken bij elkaar staan en meisjes van vijftien, zestien soms al achter een kinderwagentje lopen. Voor ons als bewoners van deze straat is het hier veilig, zelfs 's avonds laat want 'ons kent ons' en iedereen houdt iedereen in de gaten. Toch raken de gemoederen, zeker op zulke hete dagen geregeld verhit en de politie komt hier vaak om vechtpartijen tussen de verschillende warmbloedige nationaliteiten te sussen.
Er is maar één ding dat, zodra we het horen, alles en iedereen van jong tot oud en in alle kleurschakeringen verbroederd en verzusterd. En dat gebeurt als de zon al ver achter de oude huizen in verdwenen en alleen de warmte nog in de straten hangt.
Van verre klinkt de melodie ' Raindrops keep falling on my head' En dan weten we: daar is de ijscokar!
]]>