De Verdwenen Dagen
Een splinternieuw en superspannend avontuur van Renzo, zijn zus Iris en hun vrienden Myrthe en Mike. Tijdens een schoolexcursie naar een kasteel vindt Renzo in het daar aanwezige souvenirwinkeltje bij toeval een oud dagboekje. De winkeljuffrouw wil het al weggooien omdat het sleuteltje ontbreekt, maar hoewel hij zelf niet begrijpt waarom vraagt Renzo of hij het boekje mag houden. Dat mag.
Het schijnbaar waardeloze boekje blijkt echter de sleutel te zijn tot een bizar avontuur dat Renzo en zijn vrienden terugvoert naar het Frankrijk van de veertiende eeuw, tijdens de Pest epidemie.
Langzaam maar zeker komen ze erachter dat het niet zo heel toevallig is dat juist Renzo het dagboekje heeft gevonden…
Het schijnbaar waardeloze boekje blijkt echter de sleutel te zijn tot een bizar avontuur dat Renzo en zijn vrienden terugvoert naar het Frankrijk van de veertiende eeuw, tijdens de Pest epidemie.
Langzaam maar zeker komen ze erachter dat het niet zo heel toevallig is dat juist Renzo het dagboekje heeft gevonden…
wist je dat...
er al een hele mooie recensie is van de verdwenen dagen.
je kunt 'm lezen op de pagina
'recensies' op deze website
Wist je dat...
... de abdij van fontenay nog altijd bestaat en gewoon te bezoeken is?
Wist je ook dat...
... Beaune een echt stadje is in Frankrijk? misschien ben je er zelf wel eens geweest...
En wist je ook...
... dat het kasteel waar Renzo, Mike, Iris en Myrthe samen met hun klas heen gaan tijdens de excursie,
het echt bestaande Muiderslot is?
ditjes en datjes...
nog meer ditjes en datjes...
jacques le marchand
Ze pakte het zakje kruiden uit haar zak. De kramer zag het en kwam dichterbij staan.
Hij dempte zijn stem. ‘Mademoiselle Mérette, als ik zo vrij mag zijn, wees alstublieft voorzichtig met die kruiden.’ Hij wachtte even tot een groepje mensen voorbij gelopen was. ‘Er gebeuren dingen. Vreemde dingen. De Zwarte Dood maakt de mensen bang! . En bange mensen zijn gevaarlijke mensen.’ Hij sprak nog zachter. 'Heksen. Er zijn er al een paar gepakt in de omgeving. Ik kende er één van. Een doodgoeie vrouw, nooit een vlieg kwaad gedaan. En nu ...’ Hij wees naar de vuurspuwer, die opnieuw een geweldige vlam uitspuwde. ‘... de brandstapel!’ Mérette werd bleek. De marskramer knikte langzaam met zijn hoofd. ‘Wees voorzichtig, mademoiselle Mérette!.’ Hij ging weer rechtop staan. ‘Ik ga verderop!’ Hij nam zijn hoed af. ‘Kan ik nog iets voor u meenemen wanneer ik de volgende keer voorbij kom?’ Mérette fluisterde hem wat in zijn oor. ‘Dat doe ik voor u! Lavendel. Voor tussen de kleren!’ voegde hij er luid aan toe. ‘Alleen goed voor tussen de kleren! Zo is dat.’ |
het dagboek...
Op dat moment viel Mike’s pennenbeker met een klap om en de pennen rolden een voor een van het bureau. Tegelijkertijd begon het dagboek als vanzelf te bladeren, alsof een windvlaag de bladzijden omsloeg. Eén blaadje pagina raakte los en zweefde langzaam naar de grond. Mike was sprong opgesprongen. ‘Shit, ik heb dat boek kwaad gemaakt!’. Hij greep Myrthe vast. ‘Zeg dat ik het niet meende, Myr!’ Tegen het boek riep hij: ‘Sorry, ik meende het niet! Het spijt me!’ Hij boog zijn hoofd op en neer, wapperend met zijn armen alsof hij een sultan begroette. Myrthe, Renzo en Iris hadden eerst geschrokken toegekeken hoe alles het boek als vanzelf begon te bewegen, maar schoten nu zenuwachtig in de lach door Mikes’s angstige gezicht. Myrthe pakte het losgeraakte blaadje op. Had Mike het boek inderdaad beledigd, zoals hij beweerde, of...? |
zoethout
De jongeman, die aan de tafel zat keek even op. ‘Wat je zegt, Eugène, . maar Maar laat me dan één keer voor ik vertrek haar naam schrijven, gewoon en om die kleine te plezieren.’ Het meisje was al naar hem toe gesprongen, maar hij stak zijn vinger waarschuwend omhoog. ‘Als ze tenminste belooft om het meteen weer te vergeten.’ Ze knikte giechelend, met haar handje voor haar mond. ‘En,’ knipoogde de jongeman, ‘‘… als ze een stuk zoethout voor me heeft.’ Als antwoord rende ze naar de strozak in een hoek van het vertrek en zocht even tussen de dunne, versleten dekens. Even later hield ze het stokje omhoog. ‘Ik heb er al een kwastje aan gesabbeld.’ Opgetogen keek ze naar hem op en gaf hem het stokje zoethout. Armand hurkte neer bij de stookplaats van de hut en streek met zijn vlakke hand de oude as glad. Toen begon hij met de achterkant van het zoethoutstokje langzaam te schrijven. Het meisje was vlak naast hem op haar knieën gaan zitten en keek met grote ogen toe. ‘Dat lijkt wel een slang!’ wees ze toen de eerste letter in de as stond. |
de flagellanten
‘Vanuit de verte was het langzame tromgeroffel te horen. Alsof een reus met trage reuzenstappen door de straten stampte. De mensen drongen naar voren om het beter te kunnen zien. Daar kwamen ze aan. : De de flagellanten. Het bovenlijf ontbloot. De bloedige striemen op hun rug. Allen hielden een gesel in de hand waarmee zij zich bij elke stap op de rug en schouders sloegen. Hun klaagzang vulde de straten en overstemde de trommelslag. ‘‘Doet boete, doet boete!’ ’ riepen ze de omstanders toe....
|







